Beheerpakketten Dooradering
Beheerpakketten Dooradering
Beheerpakketten Dooradering
Het leefgebied Dooradering is gericht op het realiseren van een netwerk van natte en droge landschapselementen, kruidenrijke grasland- en akker(randen) in het agrarisch cultuurlandschap. Doelsoorten zijn niet alleen vogels, maar ook amfibieën, vissen, zoogdieren en insecten.
Het doel: realiseren van een netwerk van habitats
Beheer in dit leefgebied draagt bij aan twee doelen:
- Het realiseren van een geschikt leefgebied voor specifieke (groepen van) soorten, door te voldoen aan de 3 V’s van Voedsel, Veiligheid en Voortplanting.
- Het verbinden van leefgebieden en habitats. Een soort groene snelweg voor soorten dus. Dan gaat het vooral om de 4e V: Verbinding.
Leefgebied Dooradering en Groenblauwe dooradering (GBDA)
Zorg ook voor een geschikt landbiotoop
Binnen het ANLb kennen we (droge en natte) Dooradering als leefgebied. Daarnaast wordt er veel gesproken over Groenblauwe Dooradering (GBDA). Wat is het verschil?
Leefgebied Dooradering verwijst naar een specifiek onderdeel binnen de ANLb-subsidieregeling, waarbij het ANLb zich richt op specifieke soorten op het boerenland. GBDA is een breder begrip dat zich richt op het creëren van een veerkrachtiger landschap dat biodiversiteit en waterbeheer ondersteunt, los van specifieke regelingen.
Zowel leefgebied Dooradering als GBDA zijn gericht op het versterken van het groene (droge) en blauwe (natte) netwerk.
Aandachtspunten voor een effectieve dooradering van het landschap
Diverse onderzoeken leiden tot een aantal aanbevelingen voor inrichting en beheer van leefgebied Dooradering. Deze komen soms als criteria terug in het provinciale Natuurbeheerplan.
- Omvang en connectiviteit
Connectiviteit is een fraai woord voor verbinding in een landschap. Maar hoeveel beheer is voldoende? Het is lastig hier één percentage aan te hangen. Rapporten noemen oppervlakte aandelen van 4%, 7%, 10%, tot wel 16%. Feit is: hoe groter het aandeel, hoe beter! - Variatie
Variatie is het sleutelwoord in dit leefgebied. Variatie door werkzaamheden niet in één keer over het hele oppervlak uit te voeren, maar in fases. Laat stukken staan bij het maaien van je grasland, knot of zaag niet het hele landschapselement tegelijk, of vernieuw je akkerrand jaarlijks voor de helft. Veel variatie in kruiden (in de akkers en graslanden) en inheemse bomen en struiken (in de landschapselementen) maken het leefgebied aantrekkelijk voor een grotere groep diersoorten.
- Minimaliseer bestrijdingsmiddelen
De meeste beheerpakketten stellen beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Herbiciden, onkruidbestrijdingsmiddelen, hebben een indirect negatief effect. Het gebruik ervan zorgt dat veel belangrijke nectar- en waardplanten voor insecten verdwijnen. Dat heeft als gevolg dat de aantallen insecten afnemen en daarmee het voedselaanbod voor veel soorten. Bestrijdingsmiddelen tegen specifieke plaagsoorten, insecticiden, leiden direct tot een afname van insecten, ook van de wel gewenste soorten. - Combineer landschapselementen met aangrenzend beheer
Een aantal soorten vinden wel nestgelegenheid in het landschapselement (Voortplanting), maar hebben het omliggende gebied nodig voor hun voedselaanbod. Door kruidenrijke en/of ruige perceelsranden te creëren langs landschapselementen (bijvoorbeeld via pakket Botanische grasland(rand) of Struweelrand) zorg je ook voor Voedsel en Veiligheid (dekking). Extra voordeel daarbij is dat eventuele
Meer informatie
Collectieven
- Veldgids landschapselementen – Noardlike Fryske Walden
Kennispartijen
- Ecologie en beheer van droge dooradering – VBNE
- Artikel: Hoeveel groenblauwe dooradering is nodig? – Landschap
- Groenblauwe dooradering voor NIL en een biodivers platteland – Landschapsnetwerk Brummen
- Insecten in de droge dooradering – Vlinderstichting
- Aan de slag voor insecten – Vlinderstichting
- Direct in je mailbox: aanmelden voor nieuwsbrieven van Kennisportaal Boerenlandvogels