24 Struweelrand – zoomvegetatie
24 Struweelrand – zoomvegetatie
24 Struweelrand – zoomvegetatie
Een struweelrand – zoomvegetatie is een eenvoudig te realiseren beheerpakket met een hoge biodiversiteitswaarde. Het pakket is op meerdere manieren in te zetten: grenzend aan een (hakhout)bosje als overgang naar het naastgelegen landbouwperceel of vrijliggend tussen twee landbouwpercelen in.
Het pakket is niets anders dan een combinatie van ruigte en struiken. Soms is dit van nature al aanwezig onder een rasterdraad: een ongemaaide strook met hier en daar wat opslag van struiken of braam.
Door het extensieve beheer van deze randen is er veel rust en dekking. Bloeiende kruiden trekken insecten aan en daarmee vogels. Solitaire struiken zijn voor vogels ideale uitkijk- en zangposten.
Kies (ook) locaties in de zon
Voor boeren is dit pakket uiteraard het meest interessant aan de noordzijde van bosjes: hier is veel schaduw en haalt hij toch al niet de hoogste gewasproductie. Kies samen locaties, waarbij de struweelrand voor het grootste deel wel in de zon ligt. Hier komen de meeste kruiden tot bloei en trekt de rand meer insecten aan.
Hoe start ik met een struweelrand?
Een nieuwe struweelrand aanleggen, is heel simpel. Je hoeft in principe niets meer te doen dan verspreid over de rand enkele struiken (bijvoorbeeld 2-jarig bosplantsoen van meidoorn) aan te planten. Die plant je niet in een rij, maar willekeurig verspreid over de struweelrand, soms een enkel exemplaar, soms enkele struikjes bij elkaar.
Zet paaltjes ter bescherming
Paaltjes zetten is geen verplichting, wel verstandig. Het heeft als doel dat de boer of de loonwerker de struweelrand niet per ongeluk meemaait bij het maaien van het aangrenzende perceel.
Vooral nieuwe struweelranden zijn soms lastig te herkennen. De palen voorkomen daarmee ook meteen discussies of de struweelrand wel aanwezig is.
Als het perceel niet beweid wordt, is een draad tussen de rasterpalen niet nodig.
Het beste beheer is bijna-niets-doen-beheer!
Zorg ook voor een geschikt landbiotoop
Of het nou maaien van de ruigte of snoeien van de aanwezige struiken is, jaarlijks mag de deelnemer niet meer dan 30% van de oppervlakte onder handen nemen.
Idealiter gebeurt er nog veel minder, bijvoorbeeld elke 3 jaar 1/3 van de rand. Het is voldoende om dan de ruigte te maaien en de struiken die te groot worden weer af te zetten. Ook bij dit pakket geldt dat variatie het best is. Optimaal is veel ruigte, daartussen wat opslag van struiken, en hier en daar een struik die je echt laat uitgroeien.
En vergeet niet: niks mis met braam en brandnetel! Ondanks hun slechte imago hebben ze een hoge biodiversiteitswaarde. De boomkikker zit graag te zonnen op de braamstruiken en ook de geelgors en (what’s in a name) de braamsluiper kunnen braamstruiken waarderen. De brandnetel is op zijn beurt een belangrijke waardplant voor veel vlinders zoals dagpauwoog, kleine vos en atalanta.